Over het leven van Willem Barentsz (of Barents – destijds werden diverse spellingsvarianten gebruikt) is weinig bekend. Hij was koopman en wetenschapper en maakte een atlas van de Middellandse Zee. Op 3 juni 1594 varen twee schepen uit voor een expeditie waarvan de eerste helft onder zijn commando zal staan. Doel is het vinden van de noordoostelijke doorvaart, dat wil zeggen, een zeeweg rond de noordkust van Azië naar het Verre Oosten. Barentsz volgde de kust van Nova Zembla, hopend om de eilanden heen te varen, maar werd door het pakijs tegengehouden. De tweede helft van de expeditie, onder Cornelis Nay, had meer succes en wist via de Karische Poort in de Karazee door te dringen. Jan Huygen van Linschoten, op deze reis aanwezig als commies en op de tweede als hoofdcommissaris, beschreef beide reizen in 1601 in zijn Voyagie, ofte schip-vaert van by Noorden om langes.
Het succes van Nay leidde tot enthousiasme voor een tweede, grotere expeditie in 1595, onder leiding van Barentsz en Jacob van Heemskerk, met onder meer Nay en Jan Huygen van Linschoten die ook aan de eerste expeditie onder Nay had deelgenomen. Vanwege het ijs slaagde hij er niet in de Karazee te bereiken. Wel handelde hij nabij de mond van de Petsjora met de lokale Nenetsen (toen Samojeden genoemd).